U bent hier

Winkelcentrum

 

Lijnbaan/ Korte Lijnbaan
Van den Broek & Bakema
1951-1953/ 1962-1966
F.J. van Gool (medew.)/ H. Klopma (medew.)

Lijnbaanflats
Kruiskade; Joost Banckertsplaats; Jan Evertsenplaats
H.A. Maaskant; H.A. Maaskant, A. Krijgsman; H.D. Bakker
1954-1956

De Lijnbaan was het nieuwe winkelgebied in het Wederopbouwplan ten westen van het oude centrum. Het betekende na de oorlog een revolutie op stedenbouwkundig gebied. In plaats van winkels met woningen erboven aan weerszijden van een rijweg, zoals bij de Hoogstraat, liggen de winkels aan voetgangerspromenades. De winkels worden bevoorraad vanuit expeditiestraten aan de achterzijde en de woningen zijn in aparte blokken gesitueerd. Omdat elke buitenwijk in Europa in de jaren zestig een verkeersvrij winkelcentrum kreeg, lijkt het origineel nauwelijks meer bijzonder.

Noodwinkelcomplexen
De concentratie van winkels in noodwinkelcomplexen was in de oorlog heel succesvol gebleken. Ook de ervaring met verzamelgebouwen was positief. Hierdoor waren de winkeliers die bij het bombardement een eigen pand hadden verloren te interesseren voor een gezamenlijk winkelcomplex.

In het Basisplan was nog een traditioneel winkelgebied gedacht met binnenstadshoven met winkels op de begane grond en woningen en kantoren erboven. Bij de uitwerking door architectenbureau Van den Broek & Bakema werd de revolutionaire, maar nu zo vanzelfsprekend ogende opzet met enige moeite door de winkeliers geaccepteerd. Een uitgebreide maquette schaal 1:100 deed de aanvankelijke weerstand omslaan in enthousiasme.

Tussen 1949 en 1953 werd de Lijnbaan gebouwd: de Korte Lijnbaan tussen Schouwburgplein en Coolsingel kruist de lange Lijnbaan tussen Weena en Van Oldenbarneveltstraat. 
Tussen 1962 en 1966 werd de Lijnbaan doorgetrokken naar de warenhuizen aan het Binnenwegplein, mogelijk geworden door de sloop van het restant van het Coolsingelziekenhuis. 
Er zijn twee pleinen: het Stadhuisplein en het Lijnbaanplein. 
De Lijnbaan is genoemd naar de touwslagerij die hier sinds de zeventiende eeuw was gesitueerd.

Voetgangersgebied
De Hoogstraat was 9 meter breed en voorzien van een rijbaan in het midden; de Lijnbaan is 12 tot 18 meter breed en alleen toegankelijk voor voetgangers. Er werd veel zorg besteed aan de aankleding van de ruimte middels beplanting, beeldhouwwerken en aanvankelijk ook volières. Als overgang tussen interieur en exterieur en als beschutting tegen zon en regen zijn luifels langs de zijden aangebracht. Kruisingen en entrees zijn voorzien van oversteekluifels.

Op 9 oktober 1953 werd de Lijnbaan officieel geopend. Het publiek stroomde massaal toe en de Lijnbaan werd een begrip. De verkeersvrije voetgangersstraat is niet meer weg te denken uit de Nederlandse steden. Velen beschouwen de Lijnbaan als het hoogtepunt van de Wederopbouw. Sommige critici echter vinden de Lijnbaan meer iets voor een buitenwijk en te weinig grootstedelijk.

Architectuur
Uitgangspunt bij het ontwerp van de winkels is een flexibele opzet en een uniforme systematiek. Er zijn twee basistypen, het normaaltype en het entresoltype. Het normaaltype heeft twee winkelverdiepingen. Het entresoltype heeft twee lagen aan de voorzijde en drie aan de achterzijde in een splitlevel-opzet. Door het al dan niet benutten van de kelder ontstaan varianten.
Het hele plan is gebaseerd op een maatsystematiek van 1,10 meter in de langsrichting en 1 meter in de dwarsrichting. 
Ook in de bestrating was die module van 1,10 meter doorgevoerd. De gevels zijn opgebouwd uit geprefabriceerde betonnen stijlen en borstweringselementen. De begane grond wordt gedomineerd door grote glaspuien en etalages. De gevels zijn neutraal en worden volledig aan het oog onttrokken door reclames.

Rolluiken
Het ontwerp van Van den Broek & Bakema is in de loop der tijden van karakter veranderd. Vanwege de hoge huurprijzen zijn de respectabele winkels van het eerste uur verdrongen door luidruchtige spijkerbroekenwinkels en fast-foodrestaurants. De gezellig verlichte etalages zijn vervangen door rolluiken. 
Ook de concurrentie van overdekte winkelcentra als Zuidplein en Oosterhof werd in de jaren tachtig merkbaar, wat tot plannen voor een overkapping leidde. Zover is het niet gekomen; wel wordt het oorspronkelijke concept van de Lijnbaan meer en meer aangetast.

Woningbouw
De in totaal 850 woningen zijn ondergebracht in bouwblokken rond twee groene hoven. Rond zo'n hof liggen een hoogbouwschijf van dertien en negen verdiepingen haaks op elkaar. Een laagbouw van winkels met twee woonlagen sluit de hoven aan de Karel Doormanstraat af. Twee hoogbouwschijven van dertien lagen aan het begin en het eind van de Lijnbaan completeren de stedenbouwkundige opzet. De woningen worden ontsloten door galerijen aan de noord- en oostzijde. Aan de koppen bij de lift en trappenhuizen zijn iets grotere woningen gesitueerd. 
De Cityflat aan de Kruiskade is iets ruimer van opzet. 
Architect Maaskant was supervisor van de woningbouw, die door verschillende architecten is uitgewerkt. De Lijnbaanflats vormen nog steeds een aantrekkelijke stedelijke woonlocatie.

Literatuur:

  • Bouw 1953 p. 783, p. 862
  • Bouw 1954 p. 928
  • Casabella 1954-8/9
  • Bauen + Wohnen 1955 p. 55
  • J. Joedicke - Architektur und Städtebau, 1963
  • Architectuur Rotterdam 1945-1970, 1993
  • Architecture d'Aujourd'hui  1959/60-12/1
  • La Technique des Traveaux 1960 p. 161
  • S.U. Barbieri e.a. - Stedebouw in Rotterdam, 1981
  • M. Provoost - Hugh Maaskant, 2003

Een produktie van Maarten Leijnse